OslersWeb.com

Vaarwel Havik


Introductie: op 14 februari 2010 werd William Reeves, hoofd van het onderzoek naar ‘cvs’/​ME binnen de Amerikaanse Centers for Disease Control, door zijn superieuren van zijn post verwijderd. Dit gebeurde iets meer dan drie maanden na de bekendmaking dat meer dan twee derde van een cohort van 101 ‘cvs’-patiënten geďnfecteerd bleek met het XMRV- retrovirus. Reeves had direct na de publicatie van deze vondst tegenover de New York Times verklaard dat hij betwijfelde of zijn bureau in staat zou zijn de vondst te repliceren. Tot dusver – het is inmiddels zes maanden later – bewaart het bureau het stilzwijgen over deze replicatiepoging.

Hier volgt een evaluatie van Reeves’ geschiedenis binnen het bureau, en van de weigering van de kant van de CDC, vijfentwintig jaar lang, om deskundig klinisch advies met betrekking tot de ziekte aan te nemen.

***


Het is grappig hoezeer het vertrek van Bill Reeves, van de post die hij negentien jaar lang had ingenomen, een anticlimax leek toen het dan eindelijk plaatsvond. Zelf had ik op 31 oktober jl. op deze plek al afscheid genomen van Reeves, drie weken nadat Science op 8 oktober de XMRV-studie online had gepubliceerd. Zelfs als Reeves zichzelf niet belachelijk had gemaakt in de New York Times (hij noemde retrovirussen alomtegenwoordig en gaf af op het feit dat het onderzoek had gefaald leeftijd en geslacht aan te geven van de met XMRV geďnfecteerde personen – alsof virussen, anders dan mensen, discrimineren op basis van sekse of leeftijd) scheen het me toe dat hij en zijn vriendjes waren ondervangen door wetenschappelijke ontwikkelingen die op zijn minst iedere bewering die Reeves de afgelopen twee decennia over deze ziekte had gedaan in twijfel trokken.


Reeves was een fysiek kleine, ogenschijnlijk overgevoelige, immer kwade figuur in de wereld van ‘cvs’. Hij draagt op zijn minst gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor zoveel schade dat het moeilijk is vast te stellen waar te beginnen of wat op te nemen in enige bespreking van zijn ambtstermijn als hoofd van het onderzoek naar ‘cvs’ binnen de Centers for Disease Control. Reeves’ vader was een beroemd wetenschapper, een prijzen winnende entomoloog aan de University of California in Berkeley. Reeves senior was insectenjager – letterlijk – een wetenschapper die op muggen joeg en hielp vast te stellen hoe zij ziekten overbrachten.
Leed de middelmatige Reeves onder het feit dat hij moest erkennen dat hij er niet in slaagde dezelfde hoogten te bereiken als zijn vader? Was dat de oorzaak van zijn woede jegens patiënten, die uitgedrukt leek te worden in zijn ontluikende obsessie met psychologie, ondanks een immer groeiende hoeveelheid bewijs die in de richting van een biologische ziekte wees?

Het Onvermijdelijke Vervolg


Zeker, Reeves’ pitbull reactie jegens het rapport dat in 1992 in de Annals of Internal Medicine over de ziekte werd gepubliceerd, valt op als mogelijk zijn eerste poging tot destructief gekonkel. Vooral als men bedenkt hoe dit belangrijke onderzoeksrapport de wetenschap met betrekking tot de ziekte over de hele linie had kunnen bevorderen, als het niet was aangevallen door de CDC. Je zou kunnen zeggen dat Reeves’ reactie erop een demarcatiepunt vormde en het begin van het ‘Reeves tijdperk’ in Atlanta. Voor wie er aandacht voor had, was het een signaal dat de hantering van de ‘cvs’-epidemie door het bureau, in plaats van te verbeteren, eerder zou verslechteren.

Het rapport getiteld "A Chronic Illness Characterized by Fatigue, Neurological and Immunologic Disorders, And Active Human Hpersvirus Type 6 Infection,", van Komaroff, Cheney, Peterson e.a. was mogelijk het beste klinisch onderzoeksrapport dat ooit over ‘cvs’ is gepubliceerd (Nancy Klimas’ studie naar NK-cel afwijkingen in ‘cvs’, dat in juni 1990 in het Journal of Clinical Microbiology werd gepubliceerd en waarin zij poneerde dat de reeks immuundefecten die zij in patiënten had geobserveerd “erop duidt dat CVS een vorm van opgelopen immuundeficiëntie is,” was mogelijk het op een na belangrijkste). De auteurs van het in Annals gepubliceerde rapport, die vijf jaar lang gegevens hadden verzameld en geanalyseerd, beschreven de ziekte bij 259 patiënten – nog altijd de grootste cohort die ooit wetenschappelijk is bestudeerd – als een “chronisch, immunologisch gemedieerd ontstekingsproces van het centraal zenuwstelsel.”

Verder schreven zij: “Er hebben zich voldoende ziektegevallen onder familieleden, collega’s en andere nauwe contacten voorgedaan, om de mogelijke aanwezigheid van een infectueus agens, dat overdraagbaar is door middel van oppervlakkig contact, aannemelijk te maken.” [Buchwald e.a. “A Chronic Illness Characterized by Fatigue, Neurologic and Immunologic Disorders, And Active Human Herpesvirus Type 6 Infection,” Annals of Internal Medicine< 116 (15 januari 1992): 103-13. En: Klimas e.a. "Immunologic Abnormalities in Chronic Fatigue Syndrome," Journal of Clinical Microbiology (juni 1990): 1403-10.]

De strekking van dergelijke woorden kon de bestuurders en wetenschappers van de Centers for Disease Control nauwelijks ontgaan, inclusief stroman Reeves. Namens de Viral Exanthems and Herpesvirus Branch (de afdeling belast met het onderzoek naar herpesvirussen en ziekten die gepaard gaan met huiduitslag), die een ijzeren greep op de ziekte had gehad sinds het Lake Tahoe onderzoek van het bureau zes jaar eerder, leidde Reeves de aanval op het onderzoeksrapport, teneinde het in diskrediet te brengen. Reeves en zijn collega’s stelden minstens acht verschillende versies op van de brief die zij uiteindelijk zouden sturen; de voorgaande conceptbrieven waren dermate verwrongen geweest van woede en onbeleefdheid dat hun superieuren binnen de CDC niet hadden toegestaan dat ze verstuurd zouden worden op briefpapier van het bureau.


Op 15 augustus 1992 publiceerde de redactie van Annals de brief, waarin gesuggereerd werd dat het blad door Komaroff e.a. was misleid tot het publiceren van fictie. Nadat hij ieder aspect van de studie had afgekraakt, schreef Reeves (die zelf zijn eerste zin met betrekking tot ‘cvs’ nog moest publiceren, in welk tijdschrift dan ook): “Wij komen tot de conclusie dat de ziekte (…) die wordt omschreven niet het chronisch vermoeidheidssyndroom is of enig andere klinische entiteit.” Je kon het geluid van tienduizend stoelen die eendrachtig achteruit worden geschoven bijna horen – het geluid van artsen en wetenschappers die abrupt opstonden en zich afkeerden van een geneeskundig gebied dat zij anders mogelijk voor het eerst serieus hadden genomen. De brief vormde Reeves’ eerste, maar nauwelijks de laatste publieke aanval op de ziekte en op de wetenschappers die haar serieus namen.

“Dit was het onvermijdelijke vervolg” sprak klinisch medicus Paul Cheney, nadat hij Reeves’ brief had gelezen. “Aan Bill Reeves hebben we duidelijk een vijand. Deze brief wijst erop dat hij niet ontvankelijk is voor steekhoudend onderzoek met betrekking tot deze ziekte, en dat hij niet vertrouwd kan worden het programma van de CDC te leiden.”

Reeves was toen pas een jaar in functie.


De Heiliging van Bill Reeves


En zo nam Reeves’ gewoonte om Wetenschap Van Anderen onderuit te halen een aanvang, een praktijk die hij volhield, helemaal tot aan oktober 2009. Reeves’ bijnaam ‘Havik’ lijkt in dit opzicht nog wel toepasselijk: hij deed zijn ronde in het universum der medische literatuur, zijn prooi opnemend: dat wil zeggen eenieder die onderzoek over ‘het chronisch vermoeidheidssyndroom’ publiceerde, op basis van wetenschappelijk bewijs. Hierdoor liet Reeves een spoor van vernieling na en vertraagde hij, samenwerkend met de werkbijen in de virologielabs van de CDC, de wetenschappelijke progressie tot een slakkengang. Interessant genoeg liet hij tevens een getuigenis na van de incompetentie van het bureau. Zijn argumentatie luidde altijd ongeveer als volgt: “Wij van de CDC hebben dit nooit waargenomen, wij hebben deze afwijking nooit gezien,” of het nu ging om HHV6 infectie, NK-cel disfunctie, verhoogde EBV of enig andere afwijking die wees op een ziekteproces. Het is niet verrassend dat iedereen van buiten het bureau zich afvroeg waarom de wetenschappers van de CDC de enigen waren die deze afwijkingen niet konden vinden.

Het meest milde antwoord luidt: ze waren er niet naar op zoek;
het alternatief zijnde: ze waren een van de minst competente laboratoria van het land. Het ultieme antwoord luidt waarschijnlijk: “Stop, het is allebei waar!” Maar als ze niet op zoek waren naar biologische afwijkingen in ‘cvs’– en we weten dat dit zo was – wat deden ze dan wel? Een ding is zeker: ze verspilden het geld dat het Congres het bureau vanaf 1988 gaf voor ‘cvs’-onderzoek. Vanaf eind jaren ’80 tot ver in de jaren ’90 gebruikte Reeves’ afdeling, met goedkeuring van CDC adjunct-directeur Walter Dowdle, het ‘cvs’-geld om meubilair en computers aan te schaffen; om labs verder uit te rusten met apparatuur en chemische producten; om te reizen – alles BEHALVE wetenschappelijk onderzoek naar ‘cvs’, dat zij het bestuderen niet waard vonden. Natuurlijk waren bestuurders van het bureau genoodzaakt te liegen tegen het Congres over de bestemming van het geld, teneinde het hun kant op te blijven laten komen. De reden is dat, hoewel het moeilijk is voor te stellen voor mensen die nog maar kort met de ziekte bekend zijn, het Congres lange tijd van het bureau heeft geëist dat het onderzoek deed, teneinde licht te werpen op de oorzaak en verspreiding van deze ziekte. De bestuurders en accountants van het CDC leerden hoe zij het salaris van lieden die weinig of niets met de ziekte van doen hadden, ten laste konden laten komen van de CVS-geldpot; mijn persoonlijke favoriet in deze categorie trucs is hun beslissing om gedurende een geheel jaar het salaris van Gary Holmes uit het fonds te bekostigen. Holmes (van de ‘Holmes’ criteria’) was in desbetreffend jaar niet in dienst van de CDC. Hij woonde en werkte toen in Texas.

Ik onthulde deze geschiedenis in Osler’s Web in maart 1996 en gaf vervolgens verschillende interviews over het onderwerp, iets dat ik in 1997 weer zou doen met het verschijnen van de paperbackeditie. Het bureau weigerde echter vastberaden talloze verzoeken van de kant van journalisten om commentaar te geven op de aantijgingen in Osler’s Web. Tijdens een live uitzending in 1997 vroeg een CNN interviewer mij waarom ik dacht dat de CDC weigerde commentaar te geven. Ik antwoordde dat het CNN kijkerspubliek maar beter kon nadenken over de vraag waarom een groot federaal instituut als de Centers for Disease Control niet genegen was zich tegen dergelijke serieuze aantijgingen van de kant van een onafhankelijke verslaggever te verweren. Kon het zijn dat de CDC niet kon pareren zonder zichzelf nog verder in te graven? Probeer je een dekmantel te bedekken? Of probeer je situaties te vermijden waarin de beschuldigingen zullen worden uitvergroot?

Hoe heeft Reeves zijn betrokkenheid bij deze misdaad, die gedurende meerdere jaren heeft plaatsgevonden, overleefd? Immers, tegen 1996 was het bestaan van de ‘cvs’-geldpot algemeen bekend, en verkende de onderzoeksafdeling van het Congres, het General Accounting Office, de mogelijkheden om tot een gerechtelijk onderzoek over te gaan.
Dit is hoe: hij trad naar voren en claimde onschendbaarheid als klokkenluider onder de Federal Whistleblower Act (Klokkenluiders-
regeling). Dit maakte het voor hem mogelijk de diefstal van gelden te onthullen, zonder de consequenties te hoeven aanvaarden. Zij die gebruik maken van deze wet zijn blijvend gevrijwaard van ontslag, in ruil voor het onthullen van verkwisting of fraude. Op deze manier verschafte Reeves zich twaalf extra jaren in het ‘cvs’ veld.
Wie van u dat toejuicht kan een bedankbriefje sturen naar Kim Kenney, directeur van de Amerikaanse ‘CFIDS Association’ (CFIDS Vereniging) of ‘CAA’, die Reeves steunde bij deze schijnvertoning van publiekelijk berouw, en hem richting patiënten en media presenteerde als een gewetensvolle held. (“De Association was Reeves behulpzaam bij zijn poging aandacht te vragen voor de verspilling van CFIDS fondsen (…)” [CFIDS Chronicle, mei/​juni 1999), en: “Reeves verzocht de CFIDS Association om hulp teneinde het bewijsmateriaal bij de juiste mensen binnen de regering te krijgen. Kim Kenney (…) hielp hem zich voor de bijeenkomsten voor te bereiden, begeleidde hem ernaar toe en is sindsdien continu betrokken gebleven.” (Ibid., september/​oktober 1998).



Het Boevenpad Op


Toentertijd leek dit fiscale vergrijp van het bureau een schanddaad, maar in het licht van wat gebeurde toen Reeves en zijn club daadwerkelijk geld aan ‘cvs’ begonnen te spenderen – iets dat zij verplicht waren te doen nadat het schandaal eenmaal openbaar was geworden – zouden de ‘schandaaljaren’ getypeerd kunnen worden als een relatief gunstige periode binnen de CDC voor mensen met ‘cvs’.

Vanaf 1999 stelde Reeves zich mettertijd steeds meer open – wellicht deels voor advies en inspiratie – voor gelijkgestemden: mensen die de ziekte ontkenden of psychologiseerden, alsmede een gevarieerd gezelschap van witgejaste lieden in het Verenigd Koninkrijk en Australië die misbruik maakten van de situatie. Hij verspilde veel geld dat zijn richting op kwam, maar liefst honderd miljoen dollar. Het bureau als geheel werd ook steeds geraffineerder in het beheersen van de informatiestroom aangaande de ziekte en de activiteiten van de eigen wetenschappers, doordat men gebruik maakte van interne marketing- en pr-expertise. Er werd een website vol desinformatie opgezet en de CAA werd ingezet om het ‘cvs’ merk in de VS en elders verder op te poetsen.
Reeves voerde de heerschappij waar het ging om de sterk betwiste ‘empirische definitie’ en de zonderlinge Genomica-studie, die op haar beurt leidde tot de beruchte Amerikaanse persconferentie van 2006, waar Reeves en zijn medewerker Suzanne Vernon opperden dat de ziekte voor tachtig procent ondergediagnosticeerd was, dat behandeling beschikbaar was en dat ‘cvs’ veroorzaakt werd door een genetische aanleg (in combinatie met mishandeling in de kindertijd) als gevolg waarvan iemand niet in staat is met stress om te gaan.

Breng Mij Niet In de War Met de Feiten


De minachting die Reeves koesterde voor patiënten met deze ziekte, wat bleek uit zijn lichaamstaal – zoals toen hij tijdens een CFSAC bijeenkomst in Washington DC hen letterlijk de rug toekeerde – en uit zijn taalgebruik, waarvan diverse voorbeelden te geven zijn, symboliseerde een groter, institutioneel falen binnen de CDC. Vanaf het eerste ogenblik heeft het CDC-personeel, van wie velen minder bekend zijn bij patiënten dan Reeves, maar die desalniettemin evenveel invloed hebben gehad, een conservatieve neiging tot verzet getoond tegen het verwerven van klinische vakkennis met betrekking tot een ziekte waarover zij opmerkelijk veel politieke macht hadden.

Een van mijn eerste interviews bij de CDC was in 1987 met een populaire epidemioloog genaamd Larry Schonberger; ik was niet bijzonder verrast door zijn gebrek aan klinische vakkennis over de ziekte. Maar met het verstrijken der jaren raakte ik verbijsterd over de hoeveelheid macht die iemand met zo weinig verstand van een ziekte kon uitoefenen over de activiteiten van het bureau omtrent dezelfde aandoening, en bijgevolg over de honderdduizenden mensen die aan de ziekte leden. Zo had Schonberger bijvoorbeeld op het onderzoek in Tahoe toegezien vanuit de beslotenheid van zijn kantoor in Atlanta.

Het was duidelijk dat Schonberger geloofde dat de entiteit die zijn afdeling ‘cvs’ zou gaan noemen niet zozeer een ziekte was als wel een uiting van depressie bij vrouwen. Deze onderzoeker zette zijn personeel onder druk, teneinde te komen tot een psychiatrische verklaring voor de explosie aan ziektegevallen die zich sinds het eind van de jaren ’80 had voorgedaan. Hiermee werd het fundament gelegd voor wat hardnekkig beleid zou worden. Artsen die patiënten ontvingen, zelfs als zij aan Harvard werkzaam waren zoals Anthony Komaroff, waren Schonberger en zijn staf een gruwel, zij werden als onbetrouwbaar beoordeeld, gezien hun neiging de ziekte als bestaand te beschouwen. Medewerkers van het bureau achtten klinische vakkennis gelijk aan klinische onkunde: immers, als je dacht dat depressieve, hysterische vrouwen een lichamelijke aandoening hadden die medische behandeling behoefde, hoe geloofwaardig was je dan?

De afwijzing van klinische vakkennis door het bureau bereikte in mijn persoonlijke opinie een climax toen ik in 1991 bij de CDC een top bijwoonde tussen medewerkers van het bureau en wetenschappers en medische experts van buiten, waarbij het doel was na te denken over het bewijs voor een retrovirale infectieziekte. Klinisch medicus Paul Cheney was er ook, en na de wetenschappelijke discussie stelde hij voor om een video af te spelen die hij had gemaakt voor het CDC personeel, om hen te helpen iets van de ziekte zelf te begrijpen. In de video voert Cheney neurologisch onderzoek uit op vier patiënten die hij had gerangschikt naar ernst van de ziekte; een van hen, een jonge vrouw die niet kon staan en nauwelijks kon spreken, vormde een bijzonder dramatisch voorbeeld. Maar voordat Cheney de 15 minuten durende tape kon afspelen, ontstond groot tumult onder de CDC-medewerkers, die aanvoerden dat een dergelijke tape niet thuishoorde in de context van een wetenschappelijke bijeenkomst. Uiteindelijk stelde dr. Anthony Komaroff voor de tape in te korten tot één patiënt, en bood aan een stemming te houden. Één wetenschapper van het bureau stemde vóór het bekijken van de tape, dat was Tom Folks, een retroviroloog. Zijn stem gaf de doorslag in wat anders een onbesliste stemming zou zijn geweest, en de tape werd in het apparaat gedaan. Gelijktijdig stonden alle andere medewerkers van het bureau op en sloften luidruchtig het vertrek uit, grijnzend, lachend en hoofdschuddend alsof zij van de situatie walgden. Zelfs de ‘CVS functionaris’ van het bureau, wier taak het was klinische vakkennis over te dragen aan haar collega’s. Tegen de tijd dat de korte tape afgelopen was, was vrijwel iedereen uit het vertrek verdwenen behalve vier CVS experts, Tom Folks (en ik).


“Om polio te bestuderen hoeven we geen film over iemand met polio te zien,” legde een epidemioloog van het bureau, die zich onder hen die waren weggekuierd had bevonden, me later uit.

Allemaal goed en wel, maar wat als je ervan overtuigd bent dat polio een psychiatrische ziekte is of, in het psychiatrisch jargon van tegenwoordig, een somatische klacht? Wat als je denkt dat polio ‘schoolfobie’is, ‘deconditionering’, ‘ontwijkingsgedrag’, ‘medisch onverklaard’, hypochondrie, hysterie, lege nest syndroom of het Münchhausen by proxy syndroom van een ouder?

De agressiviteit van de CDC jegens artsen die het bureau dichter hadden kunnen brengen bij enig begrip van de ziekte die het beweerde te onderzoeken, begon in Tahoe en werd tot in de 21e eeuw voortgezet door Bill Reeves. Het resultaat is een ‘cvs’-establishment van psychiaters, artsen, verzekeringsmaatschappijen, openbare gezondheidszorgambtenaren, politici en zelfs particulieren die de grote leugen in stand moeten zien te houden of hun geloofwaardigheid een duikvlucht zien nemen, met mogelijk bijkomende schade aan hun inkomen.

Dit geldt overal, maar met name in Groot Brittannië en, blijkbaar, ook in Nederland. Is het echt zo verwonderlijk dat de ontdekking van het besmettelijke XMRV-virus bij meer dan twee derde van CVS-patiënten vervolgens werd onderworpen aan gebrekkige ‘replicatiestudies’, zoals we die onlangs hebben gezien? Of dat zowel Elaine DeFreitas – die meer dan twintig jaar geleden retrovirale sequenties ontdekte bij ‘cvs’-patiënten – en meer recentelijk Judy Mikovits, microbiologen zijn die overleg hebben gevoerd met de beste diagnostici van vandaag en niet bang waren om patiënten te ontmoeten en hen hun symptomen te horen beschrijven? (Sterker nog, zij verwelkomden dergelijke interacties.) En dat zij vervolgens nadachten over hetgeen zij hadden gehoord, en ermee aan de slag gingen?


Over Bier, Spades en M16s


In 2006 ging Reeves zich bezighouden met een gedoemd onderzoeksproject, in samenwerking met het Amerikaanse leger. Het aangekondigde doel was uit te vinden welke rekruten vanwege stress zouden ‘afhaken’ tijdens de basistraining, of zouden instorten in de woestijn en thuiskomen met een posttraumatische stressstoornis. Het leger beëindigde dit onderzoek een jaar later, in oktober 2007. Men beweerde dat de legerarts die het onderzoek had bedacht, er niet in geslaagd was de juiste toestemming te krijgen van het leger, een exclusief contract had geregeld en mogelijk tegen de gebruikelijke werkwijze met betrekking tot goedkeuring en medische privacy was ingegaan.

Deelnemers aan het onderzoek waren 330 legerrekruten die “(…) urenlang tot in detail vertelden over de meest stressvolle gebeurtenissen uit hun leven,” inclusief, en dat zal onderhand niemand meer verbazen, “beschrijvingen van kindermishandeling en seksueel geweld.” (Atlanta Journal-Constitution, 3 september 2007)

Eerder, op 15 november 2006 – minder dan een jaar voordat het leger het onderzoek zou sluiten – beschreef Bill Hendrick, verslaggever van het blad Atlanta Journal-Constitution, in een artikel het gedrag van Reeves toen die een dag op een schietbaan in Fort Benning doorbracht met 200 rekruten.

Hendrick beschrijft het tafereel: de rekruten zweten in de hitte als ze op ‘de Zandheuvel’ in Fort Bennings ‘Malone Schietbaan 11’ liggen, en zich klaarmaken om voor de eerste keer hun M16-A2 geweren af te vuren. Achter hen staan hun drilmeesters en “(…) toeschouwers als Reeves, een energieke man die op een dag, kort geleden, achter de vuurlinie heen en weer beende, gekleed in een zwart uniform, zwarte laarzen en een zwarte veldhoed, waartegen zijn sneeuwwitte baard afstak (…). Reeves,” zo vervolgt Hendrick, “mag graag met ieder soort wapen waar hij de hand op weet te leggen schieten en zelfs, terwijl er met scherp geschoten wordt, met rekruten in het donker rondkruipen. Reeves heeft ook zij aan zij met de rekruten een M16-A2 afgevuurd, en deed dat even goed als een getrainde scherpschutter.”

De leider van dit onderzoek was een majoor genaamd Roger Bannon, iemand zonder enige onderzoekservaring. Bannon legde de gedachte achter de studie uit aan verslaggever Hendrick: “Vanaf het moment dat je geboren wordt ervaart je centraal zenuwstelsel stressveroorzakende factoren. Als je een ruwe ouder hebt gehad die pils dronk en wanneer hij dronk erg gewelddadig werd en jou met zijn spa op het hoofd sloeg, dan is die stress opgeslagen in je lichaam.”

Hmmm… en daar zou ik aan willen toevoegen: “Your toe bone connected to your foot bone, your foot bone connected to your ankle bone (…)”


Kleine Man Complex


Reeves leek te genieten van een leven vol gevaar. Hij vertelde me eens dat hij Manuel Noriega’s privéarts was geweest toen hij als epidemiologisch medewerker van de veiligheidsdienst in Panama werkte. Waarheid of apocrief verhaal? Ik kan het niet zeggen. Reeves beweerde graag epidemiologisch onderzoek te doen in oorlogsgebieden. Geen wonder dat hij zo in beslaggenomen is geweest door ‘cvs’ .

Het vertrek van Bill Reeves duidt erop dat de langdurige oorlog tegen mensen – in meerderheid vrouwen en meisjes – die ziek zijn en overlijden als gevolg van een besmettelijke ziekte, mogelijk aan het afzwakken is.
Zullen we de agressor zijn troepen terug blijven zien trekken, man voor man? De tijd zal het leren. Het is interessant dat de generaals in deze oorlog – enkele uitzonderingen daargelaten – allen wezelachtige, overcompenserende mannen waren, zowel hier als in het Verenigd Koninkrijk.

Zeker, als een dergelijk gevoelloos iemand, die zo onverschillig is jegens de wetenschappelijke feiten, gezag lijkt te hebben over een mogelijk dodelijke ziekte die miljoenen mensen treft, dan zal hij groot en machtig overkomen. Maar toch, zoals een vriend van mij zei toen hij hoorde van Reeves’ overplaatsing: “En weer is er een marionet gesneuveld. Totdat we weten hoe het spel in elkaar stak zullen we nooit volledig begrijpen wat deze zetten op het bord betekenen.” Het punt is: als hoofdonderzoeker vertegenwoordigde Bill Reeves het dwaze, verspillende en destructieve CDC beleid inzake ‘cvs’, maar het is waarschijnlijk een vergissing aan te nemen dat hij zonder enig toezicht van bovenaf handelde. In 1998 vond de verduistering van onderzoeksgeld bijvoorbeeld plaats met de stilzwijgende, zo niet formele goedkeuring van zijn superieuren, en het werd indertijd zelfs in de pers verdedigd door CDC directeur Jeffrey Koplan.

Zeker, gedurende meer dan tien jaar was Reeves het boegbeeld, het bekende gezicht van ‘cvs’ in Atlanta. De dag dat het blad Science de ontdekking van een kankerverwekkend gammaretrovirus bij een meerderheid van ‘cvs’-patiënten publiceerde, moest het bureau Reeves’ naam van ‘cvs’ loskoppelen, net zoals het zichzelf ten opzichte van ‘cvs’ op andere manieren zal moeten rehabiliteren in de komende jaren. Reeves’ voorganger, Walter Gunn, die uit het bureau verdreven was nadat hij zich tegenover de adjunct-directeur had beklaagd over het geldschandaal, zei meer dan twintig jaar geleden tegen mij: “Het chronisch vermoeidheidssyndroom heeft een eigen afdeling binnen het bureau nodig, net als hiv-aids.” Het is mogelijk dat slechts tenzij of totdat dit gebeurt de Centers for Disease Control ooit verweten kan worden dat zij de ziekte serieus neemt.

Ik vond het opmerkelijk dat tijdens een recente Conferentie over Retrovirale Infectieziekten in San Francisco, CDC retroviroloog Walid Heneine de XMRV-bevindingen van het bureau bij prostaatkankerpatiënten presenteerde (twee positieve bloedstalen uit een totaal van 162 patiënten). Klaarblijkelijk geloven de onderzoekers van de CDC dat zij een betrouwbare XMRV-test hebben, echter slaagden er ze niet in ook maar iets te laten zien van wat zij bij CVS-patiënten hadden gevonden. Leid daaruit af wat je wilt.

Als de komende maanden en jaren de geheimen van XMRV worden opgehelderd zal het, met name als de reeks associaties met verschillende ziektes en de manieren van overdracht duidelijk worden, interessant zijn te zien hoe de CDC om zal gaan met de pr-nachtmerrie die zijn ‘cvs’- uitvinding is. Het blijft een gok, maar ik kan me voorstellen dat de landsadvocaten reeds geraadpleegd zijn door alle belangrijke gezondheidsinstanties, inzake aansprakelijkheidskwesties die zich voor kunnen doen als de gemeenschap gaat beseffen dat XMRV zich minstens vijfentwintig jaar lang volstrekt ongehinderd in de bloedvoorraad heeft kunnen verspreiden, of dat (de laatste keer dat ik het controleerde) de CDC op haar website de mededeling handhaaft dat het nog steeds okay is voor mensen met ‘een cvs-geschiedenis’ om bloed te doneren op dagen dat zij zich goed voelen. Nog afgezien van de voor de hand liggende vraag of je je ooit goed kunt voelen als je deze ziekte hebt, is hier een andere: zouden er niet wat nieuwe DSM criteria moeten komen voor dergelijke waanzin? Moet het worden overgelaten aan bloggers, journalisten en andere burgers om aan de webmasters van de CDC uit te leggen dat een retrovirale infectieziekte niet komt en gaat?

Kleine Man II


Als Tom Frieden, de nieuwe directeur (met ingang van september 2009)
van de Centers for Disease Control enig verstand heeft – en gezien zijn eerdere succes als gezondheidscommissaris van New York, heeft hij dat – dan ziet hij waarschijnlijk in dat het bureau zal moeten terugkeren naar het gewone werk: het voorkomen en beheersen van besmettelijke ziektes. Je kunt je de scčne voorstellen waarin Frieden werd geďnformeerd over de manier waarop het bureau de laatste 25 jaar met ‘cvs’ is omgegaan:

Frieden (na een lange pauze): “Dit is een grapje zeker? Je zuigt dit uit je duim?”

Functionaris: “Nee meneer. We hebben hen echt psychiatrische vragenlijsten laten invullen over hun bedplassen als kind.”

Frieden: “En toen de artsen in Nevada jullie in 1986 belden om te vertellen over de uitbraak van een ziekte die gepaard ging met lymfkliergezwellen, en de afwijkingen op MRI hersenscans – toen besloten jullie om het niet verder te onderzoeken omdat…?”

Functionaris: “Nou, ze zeiden dat we er niets van bakten, en gaven op ons af in de pers en we hadden gewoon het gevoel dat we niet meer terug konden.”

Frieden: “En toen in 1991 het Wistar Intsitute jullie uitnodigde naar Philadelphia te komen, om hun technieken voor het isoleren van een retrovirus bij het chronisch vermoeidheidssyndroom te leren, toen weigerden jullie omdat…?”

Functionaris: “We besloten dat we niet genoeg geld voor vliegreizen in ons budget hadden om een viroloog helemaal van Atlanta naar Philadelphia te sturen.”

***


Adieu Havik! Wij proosten met pils op jou. Vaarwel ook zwarte veldhoed.